Arbeidsmarktanalyse VO 2011
Betreft: In de arbeidsmarktanalyse zijn de belangrijkste arbeidsmarktontwikkelingen in het voortgezet onderwijs uitgezet.
Uitgevoerd door: Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt (SBO)
Datum rapport: november 2011
In 2010 was het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs (vo) 908.400. Voor deze leerlingen waren 108.600 personen werkzaam in de sector. Hun arbeidsmarktsituatie staat in deze analyse centraal. De analyse bevat een overzicht van de beleidsontwikkelingen in de sector, waarbij veel aandacht wordt besteedt aan aspecten rondom professionalisering. Er wordt gekeken naar de kwantitatieve tekorten, de huidige vacaturegraad, werkgelegenheid en de uitstroom van onderwijspersoneel. Ook de verwachtingen voor de toekomst komen aan bod; nieuwe arbeidsramingen, regionale leerlingramingen en de ontwikkelingen bij de belangrijkste leverancier van nieuwe docenten in het vo: de lerarenopleidingen. Tot slot worden aspecten die van doen hebben met de kwaliteit van arbeid uiteen gezet
Hieronder geven we enkele conclusies uit het rapport.
Behoud van personeel
- Over het algemeen zijn medewerkers in het vo tevreden met hun baan en met de organisatie waar ze werken. De ervaren werkdruk ligt echter hoog. Ook het aandeel ziekteverzuim veroorzaakt door werkdruk/stress is in het onderwijs relatief groot.
- Het ziekteverzuimpercentage en de verzuimfrequentie in het vo zijn relatief hoog.
- De WW-instroom in het vo is vergelijkbaar met de gehele overheid.
- De instroom in de WAO/WIA is de afgelopen jaren door de veranderde regelgeving flink afgenomen.
- De vraag naar personeel is groter op scholen met relatief veel jonge leraren. De uitstroom is het sterkst onder jongeren. Gebrek aan uitdaging in het werk, waardering, loopbaanmogelijkheden en managementstijl zijn belangrijke oorzaken van uitstroom.
- De uitstroom is vergelijkbaar voor mannen en vrouwen.
Scholing en professionalisering
- Bijna een vijfde van de lessen wordt onbevoegd gegeven.
- Ongeveer drie vijfde van het onderwijspersoneel in het vo heeft in 2009 tenminste één training of opleiding gevolgd. Deze trainingen en opleidingen waren met name gericht op vakinhoud en vaardigheden.
- De lerarenbeurs blijft voorzien in de individuele behoefte aan ontwikkeling. Bijna een derde van de toegekende beurzen is toegekend aan leraren uit het vo (7171 beurzen). Sinds 2011 kunnen werkgevers voor hun leraren ook een promotiebeurs aanvragen waarmee ze de leraren gedurende hun promotietraject kunnen vrijstellen.
- De meerderheid van het onderwijspersoneel in het vo heeft een formeel gesprek met de direct leidinggevende over het eigen functioneren. Deze gesprekken leiden echter niet altijd tot concrete afspraken over de persoonlijke ontwikkeling en loopbaan. Ook leiden deze gesprekken volgens medewerkers nauwelijks tot een beslissing over individuele beloning.
- Beloning op basis van individuele prestaties wordt in het vo volgens bijna twee derde van de schoolleiders en bestuurders toegepast, terwijl beloning op basis van teamprestaties nauwelijks voorkomt. Het merendeel van de leraren zou individuele beloning toegepast willen zien binnen de eigen organisatie.
- Sinds de invoering van de functiemix is met name het aandeel LC-docenten toegenomen. De Randstad heeft nog wel een slag te maken om de doelstellingen voor 2011 te halen.
- Het ict-gebruik op scholen in het vo is in de afgelopen jaren verder toegenomen. De intensiteit van het computergebruik is echter nog beperkt. Er zijn aanwijzingen dat ict-gebruik kan leiden tot meer gevarieerdheid in functies en een aantrekkelijker beroep.
Vraag en aanbod
- Er zijn grote regionale verschillen in de arbeidsmarktsituatie. Sommige regio’s hebben al te maken met terugloop in leerlingaantallen, terwijl andere regio’s nog te maken hebben met toename in leerlingenaantallen. Het aantal regio’s waar het leerlingenaantal daalt, zal de komende jaren toenemen. Tegen 2020 is het aantal leerlingen, landelijk gezien, weer op het niveau van 2011.
- Als gevolg van vergrijzing zal er in de komende jaren tot 2020 landelijk een tekort aan docenten en schoolleiders zijn. De onvervulde vraag zal toenemen tot 2016 en daarna geleidelijk weer afnemen.
- Als gevolg van vergrijzing zal er in de komende jaren een tekort aan docenten zijn. Een grotere instroom zal de hierdoor ontstane tekorten op moeten vangen. Hoewel de instroom in de tweedegraads en eerstegraads lerarenopleidingen in 2009 een lichte toename laat zien en de uitval na één jaar studie iets is afgenomen, is de structurele uitstroom uit de opleiding naar alle waarschijnlijkheid onvoldoende om de vraag op te vangen.
- Niet-westerse allochtonen zullen in de komende periode naar verwachting ondervertegenwoordigd blijven in het vo. Dit is mede het gevolg van het lage aandeel niet-westerse allochtonen onder gediplomeerden van de eerstegraads en tweedegraads lerarenopleidingen.
- Middels alternatieve opleidingsmogelijkheden, als opleiden in de school, educatieve minor en de pilot 'Eerst de klas', kunnen nieuwe groepen studenten worden aangetrokken voor de lerarenopleidingen en het vo.
- Door initiatieven, als vissen uit eigen vijver, PAL-project, kopopleiding, werven van studenten in buurlanden, proberen scholen meer leerlingen en studenten te interesseren voor een baan in het vo.
U kunt het volledige rapport Arbeidsmarktanalyse voortgezet onderwijs 2011 downloaden via de downloads rechtsboven.
Ook heeft SBO aanbevelingen geformuleerd rondom een vijftal thema’s waar op ingezet kan worden om de arbeidsmarkt optimaal te laten functioneren. Zie daarvoor het rapport Aanbevelingen bij arbeidsmarktanalyse vo 2011 dat u ook rechtsboven kunt downloaden.
Het arboservicecentrum voor het voortgezet onderwijs