NEA 2008 verder uitgediept
Gegevens voortgezet onderwijs uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2008
Betreft: nader onderzoek naar de resultaten voor het vo in de NEA 2008
In opdracht van: Arbo-VO
Uitgevoerd door: TNO
Datum rapport: april 2010
De Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) is het grootste periodieke onderzoek naar arbeidsomstandigheden van werknemers in Nederland. Het doel is om de kwaliteit van de arbeid in Nederland te bestuderen. Om meer inzicht te krijgen in de arbeidsomstandigheden van het voortgezet onderwijs, gaf Arbo-VO opdracht om de NEA 2008 voor het voortgezet onderwijs uit te splitsen. Dat leverde één onvermoede bevinding op.
Onvermoed onderzoeksresultaat
Meer dan de helft van de docenten in het secundair onderwijs[1] heeft last van lawaai of hinderlijk geluid. Zij zeggen vaker (50,6% vs 26,0%) dan de gemiddelde Nederlandse werknemer dat zij hard moeten praten om zich verstaanbaar te maken. Slechts 14,4% van het OOP heeft last van lawaai. Daarom ligt de conclusie dat leerlingen de bron van het lawaai zijn voor de hand, maar dat is niet nader onderzocht. Overigens kan ook gebrekkige akoestische prestatie van een lokaal bijdragen aan het ervaren van hinderlijk geluid. Dat is het geval wanneer leerlingen in een akoestisch slecht lokaal onderling moeten overleggen of moeten samenwerken. Dit probleem is ook bekend van akoestisch slecht presterende gymlokalen. Met als gevolg stemproblemen onder docenten LO en vermoeidheid door hinderlijk geluid.
[1] Het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs
Resultaten bekende arborisico’s
Werkdruk
Uit de enquête blijkt dat vooral docenten ongunstig scoren op werkdruk. In vergelijking met de Nederlandse werknemer, het OOP en de sector onderwijs ervaren docenten in het secundair onderwijs minder autonomie, meer tijdsdruk, meer emotionele belasting, minder sociale steun en rapporteren zij meer ongewenst gedrag. Van deze aspecten van het werk vindt het overgrote deel van de docenten (81%) dat maatregelen ter verbetering nodig zijn. Ter vergelijking: in de sector onderwijs als geheel vindt 62% maatregelen nodig en 43% van de gemiddelde Nederlandse werknemer vindt maatregelen tegen werkdruk nodig.
Agressie
Meer dan bij het OOP het geval is, wordt bijna 10% van de docenten in het vo soms of regelmatig met geweld geconfronteerd. Bijna één op de vijf (19%) werknemers in het vo vindt maatregelen tegen intimidatie, agressie of geweld nodig. Dat is aanzienlijk meer dan de gemiddelde Nederlandse werknemer (8%).
Vergrijzing
Het onderwijs is de meest vergrijsde sector met een gemiddelde leeftijd van 44,1 jaar en in het vo zelfs 45,8 jaar. Daarmee ligt de gemiddelde leeftijd in het vo vijf en een half jaar hoger dan de gemiddelde leeftijd van de Nederlandse werknemer (40,2 jaar). Vaker dan de gemiddelde Nederlandse werknemer zeggen werknemers in de sector onderwijs dat zij tot hun 65e willen doorwerken. Maar vaker dan de gemiddelde Nederlandse werknemer ziet men lichter werk wel als voorwaarde om het werk te kunnen volhouden.
Het arboservicecentrum voor het voortgezet onderwijs