X
Het arboservicecentrum voor het voortgezet onderwijs

Nota Werken in het onderwijs 2012

Betreft: Rapportage over de voortgang van de afspraken uit het convenant LeerKracht van Nederland en recente ontwikkelingen in de onderwijsarbeidsmarkt
Uitgave: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Datum rapport: september 2011

De nota Werken in het Onderwijs 2012 geeft een samenhangend beeld van de recentste ontwikkelingen op de onderwijsarbeidsmarkt. Daarnaast laat deze nota zien hoe het staat met het beleid van het kabinet om de kwaliteit van het onderwijspersoneel en de lerarenopleidingen te verhogen. In onderstaande samenvatting hebben we met name de conclusies voor het voortgezet onderwijs over de professionalisering van docenten en de school als professionele arbeidsorganisatie er uitgelicht.

Samenvatting

Veel leraren actief met professionaliseren
Om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren zijn goed opgeleide en deskundige leraren onontbeerlijk. Het kabinet wil daarom in de toekomst leraren veel vaker opleiden tot master. Op dit moment heeft ongeveer een op de vijf leraren een masteropleiding gevolgd. In de tussentijd is het belangrijk dat het huidige onderwijspersoneel zich verder blijft professionaliseren. Inmiddels hebben al ruim 7.000 docenten in het voortgezet onderwijs een Lerarenbeurs gekregen om een opleiding te kunnen volgen.

Professionalisering sterker koppelen aan bekwaamheidseisen
In 2006 is de Wet op de beroepen in het onderwijs (Wet BIO) ingevoerd. Vanaf dat moment moet het bevoegd gezag voor iedere leraar een bekwaamheidsdossier bijhouden. Daarin staat welke bekwaamheden een leraar heeft en hoe hij die bekwaamheden onderhoudt. Het gebruik van bekwaamheidsdossiers is op de meeste scholen echter nog lang niet vanzelfsprekend. In 2011 had in het voortgezet onderwijs 42 procent van de docenten een bekwaamheidsdossier. Docenten zijn wel actief bezig met bekwaamheidsonderhoud, maar de inhoudelijke relatie met de bekwaamheidseisen is vaak impliciet of niet aanwezig.

Een professionele schoolorganisatie is ambitieus
Leraren zijn essentieel als het gaat om betere onderwijskwaliteit. Zij kunnen dat echter niet alleen. Er is ook een professionele schoolorganisatie nodig met een ambitieus en resultaatgericht klimaat. Dat betekent: instellingen die hun ambities en opbrengsten scherp in beeld hebben en daarnaar handelen, zowel onderwijskundig als in hun HRM-beleid. Professioneel HRM-beleid biedt leraren een aantrekkelijk carrièreverloop, stimuleert hen om samen te werken en van elkaar te leren, herkent en beloont leraren die excellent functioneren en zorgt voor goede arbeidsomstandigheden. Zo ontstaat een ambitieuze leercultuur voor zowel leerlingen als leraren.
Via de maatregelen uit het actieplan LeerKracht van Nederland krijgen leraren meer loopbaanmogelijkheden (versterking functiemix). Leraren die meer werkzaamheden op een hoger niveau vervullen, kunnen een hogere functie en bijbehorende beloning krijgen. Scholen moeten hiervoor wel heldere promotiecriteria opstellen. Zij bepalen deze criteria in grote mate zelf, in samenspraak met de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad.

In functioneringsgesprekken meer aandacht voor bekwaamheidseisen en -onderhoud
Op de meeste scholen zijn regelmatige functionerings- en/of beoordelingsgesprekken vanzelfsprekend. Op ongeveer 50 tot 60 procent van de scholen hebben leraren een keer per jaar een gesprek met hun leidinggevende; op ongeveer 10 procent van de scholen vindt twee maal een functionerings- en/of beoordelingsgesprek plaats. In het voortgezet onderwijs heeft ongeveer 30 procent helemaal geen gesprek met zijn leidinggevende.
In de gesprekken komt regelmatig aan de orde hoe leraren hun bekwaamheden onderhouden. Toch kan de gesprekkencyclus op veel scholen nog beter. Vaak ontbreekt een inhoudelijke relatie tussen het functioneringsgesprek, het persoonlijk ontwikkelingsplan en de verdere ontwikkeling van leraren.

Peer review als krachtig instrument
De leerlingprestaties moeten omhoog. Een zeer effectieve manier om dat te bereiken is als een collega of leidinggevende constructieve feedback geeft op het handelen van een leraar. Waardering en feedback hebben positieve effecten voor de leraar zelf. Leraren voelen zich meer gewaardeerd, ze zijn tevredener en voelen zich zekerder over hun eigen handelen. Ook gaan leraren zich beter en gerichter professionaliseren. Peer review is een methodiek om de kwaliteit van leraren te erkennen en te belonen of te verbeteren. Bij peer review wisselen ‘peers’, oftewel collega-leraren of -schoolleiders, onderling feedback uit. Het doel is van elkaar te leren en elkaar te verbeteren. Het kabinet stimuleert dat leraren meer formele en niet-vrijblijvende vormen van peer review inzetten. Dat betekent dat zij min of meer objectieve criteria gebruiken. Ook moeten leerdoelen gekoppeld zijn aan de doelen van de school of het lerarenteam. Een school kan de opbrengsten eventueel gebruiken voor externe verantwoording richting de Inspectie van het Onderwijs. In 2011 worden verdere afspraken gemaakt over peer review met de sectororganisaties en de Onderwijscoöperatie.

Grote tevredenheid over werken in het onderwijs
Het onderwijspersoneel is over het algemeen zeer tevreden, zowel over de eigen baan, als over de eigen school. In alle sectoren zijn leraren tevredener over hun eigen baan dan over hun eigen instelling. Voor docenten is de inhoud van het werk het belangrijkst. Ook de eigen verantwoordelijkheid en de relatie met collega’s scoren hoog.


Minder arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, daling ziekteverzuim, maar wel stijging WW-uitkeringen
Eind 2010 waren er in het onderwijs ruim 10.300 minder WAO-uitkeringen dan eind 2006. Dit is een afname van 32 procent. Echter, in diezelfde periode nam het aantal WIA-uitkeringen met ruim 3.500 toe. Concluderend neemt per saldo het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in het onderwijs (WAO en WIA) met 21 procent af. Het ziekteverzuim in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs is eveneens gedaald.
Als er tot slot gekeken wordt naar het aantal personen in het onderwijs met een WW-uitkering, dan valt op dat ten opzichte van 2009 in 2010 het aantal met 3,8 procent is gestegen. Het jaar daarvoor was de stijging echter nog 9,4 procent. Absoluut gezien gaat het om 235 personen, die vooral in het voortgezet onderwijs hebben gewerkt.

Het volledige rapport kunt u downloaden via “Downloads”.