Onderzoek naar agressie en geweld door externen tegen overheidswerknemers
Betreft: Onderzoek naar agressie en geweld door externen tegen overheidsmedewerkers
In opdracht van: het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Datum rapport: 28 oktober 2010
Voor de voortgangsrapportage programma Veilige Publieke Taak in de periode december 2009 - juni 2010 is onderzoek verricht naar agressie en geweld tegen overheidswerknemers. In het voorjaar van 2010 hebben 9.690 werknemers uit 14 overheidssectoren deelgenomen aan het onderzoek, waarvan 1363 uit het voortgezet onderwijs. Eerdere metingen zijn verricht in 2007 en 2008.
Conclusies
Ten opzichte van de meting in 2008 is in 2010 de mate waarin overheidswerknemers in aanraking komen met agressie en geweld stabiel gebleven. Gemiddeld is de helft van het overheids- en onderwijspersoneel slachtoffer van agressie en geweld door externen: van 49% in 2008 naar 50% in 2010. Deze stabiliteit geldt niet voor alle sectoren.
De respondenten uit de onderwijssectoren primair onderwijs, voorgezet onderwijs, en middelbaar beroepsonderwijs worden bovengemiddeld geconfronteerd met agressie en geweld. De onderwijssectoren laten een stijging zien (van 65% naar 74% in het voortgezet onderwijs), terwijl Rijk, gemeenten en politie een daling laten zien. We zien in de onderwijssector een stijging van de verbale agressie en pestgedrag. Op het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs komt hier nog een stijging van intimidatie en ongewenst seksuele aandacht bij. De overige sectoren laten een vrij stabiel beeld zien.
Algemeen kan worden gesteld dat de aard en omvang van agressie en geweld en de ontwikkeling hiervan binnen de overheidssectoren onderling sterk verschillen. Verklaringen voor de omvang van agressie en geweld zijn deels te geven door te kijken naar de typische factoren van deze sectoren, met name de functies en in mindere mate het geslacht, opleidingsniveau en de regio.
Invloeden en achtergrondkenmerken
De aard van de functie lijkt het meest bepalend voor de mate van agressie waar men mee te maken krijgt. Werknemers met een functietaak aan een publieksbalie, in de verpleging/verzorging, toezichthouders en binnen de maatschappelijke hulpverlening krijgen allemaal veelvuldig met geweld en agressie van externen te maken. De functies die meer gericht zijn op beleid, advies, facilitaire ondersteuning, inspectie en bestuurlijke taken hebben relatief veel minder met geweld te maken.
64% van respondenten uit de hele onderwijssector, actief als docent, geven aan te maken hebben gehad met een vorm van agressie. Binnen het voortgezet onderwijs en het mbo geeft 75% van het onderwijzend personeel aan in het afgelopen jaar slachtoffer te zijn geweest van geweld en agressie. Ook valt op dat de frequentie van het geweld hoger ligt onder het lesgevend en onderwijs ondersteunend personeel.
Bij de uitsplitsing naar de diverse vormen van geweld zien we een aantal verschillen. Zo heeft het onderwijzend personeel in sterkere mate te maken met vrijwel alle vormen van geweld. Zij hebben veelvuldig te maken met verbale agressie (59%) en intimidatie (39%), maar ook discriminatie (15%), ongewenste seksuele aandacht (7%) en pesten (20%) komen regelmatig voor. Ook het onderwijsondersteunend personeel heeft vaker last van discriminatie (30%), pesten (30%) en ongewenste seksuele aandacht (14%).
Vrouwen geven vaker dan mannen aan geconfronteerd te zijn met agressie en geweld (vrouwen 61% versus mannen 55%). Vrouwen komen vaker in aanraking met verbale agressie en ongewenste seksuele aandacht. Mannen daarentegen hebben vaker te maken met pestgedrag en lichamelijk geweld van externen dan vrouwen. Maar de verschillen zijn niet heel groot. Ook in de diverse leeftijdsgroepen zien we maar weinig verschillen.
Over het totaal genomen verschillen de regio’s niet sterk van elkaar in de mate waarin overheidswerknemers in aanraking zijn gekomen met agressie of geweld. Dit geldt ook voor het voortgezet onderwijs.
Gevolgen
De gevolgen van agressie en geweld komen duidelijk naar voren. 11% van medewerkers in het voortgezet onderwijs geeft aan zich onveilig te voelen in het contact met burgers cq. leerlingen, 8% van medewerkers in het voortgezet onderwijs geeft aan zich onveilig te voelen op het werk, en 13% van medewerkers in het voortgezet onderwijs geeft aan bang te zijn slachtoffer te worden van geweld.
Een deel van de slachtoffers geeft aan dat zijn/haar ziekteverzuim een gevolg is van de confrontatie met agressie en geweld; 6% van medewerkers in het voortgezet onderwijs verzuimt vaker, 15% van medewerkers in het voortgezet onderwijs geeft aan minder te presteren op het werk, 27% van medewerkers in het voortgezet onderwijs geeft aan met minder plezier naar het werk te gaan.Beleid t.a.v. steun en nazorg
De werkgever kan ondersteuning geven bij het tegengaan van – de gevolgen van – agressie en geweld. In de praktijk hebben werknemers echter weinig kennis van het door hun werkgever gevoerde beleid. Hierdoor is over het algemeen een minderheid tevreden over het gevoerde beleid; slechts 40% van alle respondenten uit alle sectoren is van mening dat de nazorg goed is geregeld.
De inzet van de werkgever in het voortgezet onderwijs om burgers te laten weten dat agressie onacceptabel is wordt overigens door 78% van respondenten uit het voortgezet onderwijs positief beoordeeld. 42% van medewerkers in het onderwijs geeft aan voldoende voorlichting/training te hebben gehad over hoe om te gaan met agressie en geweld door burgers c.q. leerlingen, 43% van medewerkers in het voortgezet onderwijs is van mening dat nazorg goed is geregeld.
Het arboservicecentrum voor het voortgezet onderwijs