Aard en omvang van ongewenst gedrag tegen werknemers met publieke taak
Mensen met publieke taak ervaren veel geweld
In navolging op onderzoek uit 2007 is in 2008 een tweede meting verricht naar de aard en omvang van ongewenst gedrag tegen werknemers met een publieke taak, waaronder werknemers in het voortgezet onderwijs. Het onderzoek geeft zowel inzicht in het vóórkomen van ongewenst gedrag door ‘externen’ als door collega’s onderling. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van het programma Veilige Publieke Taak (VPT) met als doel het aantal slachtoffers van agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak te verminderen.
In het onderzoek wordt gevraagd naar voorvallen van ongewenst gedrag in de afgelopen 12 maanden. Onder ongewenst gedrag worden verbaal en fysiek geweld, (seksuele) intimidatie en discriminatie verstaan.
Belangrijkste onderzoeksresultaten
Omvang en aard van ongewenst gedrag
65% van de werknemers met een publieke taak hebben in de laatste 12 maanden te maken gehad met ongewenst gedrag door externen (2007: 66%). Werknemers in het voortgezet onderwijs hebben met 69% meer dan gemiddeld met ongewenst gedrag te maken gehad. Het aantal incidenten van ongewenst gedrag in het voortgezet onderwijs is met zestien per jaar iets lager dan in 2007 (gemiddelde van alle sectoren is vijftien). Van de werknemers die in het afgelopen jaar slachtoffer waren van ongewenst gedrag door externen had 62% te maken met verbaal geweld, 22% met intimidatie, 21% met fysiek geweld, 16% met discriminatie en 10% met seksuele intimidatie. Daarnaast komt uit het onderzoek dat vooral werknemers van onder andere het VO vaker dan in 2007 voorvallen van ongewenst gedrag met hun leidinggevende bespreken. Ook scoort het VO relatief hoog als het gaat om reageren richting dader en het bieden van voldoende nazorg.
Ongewenst gedrag onder collega's is onder andere in het VO flink afgenomen. In de laatste 12 maanden had 20% van de werknemers hiermee te maken, terwijl dit percentage in 2007 lag op 36%.
Tolerantie en meldingsbereidheid
Werknemers geven aan dat ze fysiek geweld het slechtst verdragen. 98% van de werknemers vindt dat slaan, schoppen en spugen niet te tolereren is, 90% vindt hetzelfde van duwen, trekken, vastgrijpen. Ook het gooien met voorwerpen (92%) en het dreigen met of een poging ondernemen tot lichamelijk geweld, al dan niet met een wapen (respectievelijk 92%, 93% en 96%) is volgens werknemers met een publieke taak ontoelaatbaar. Verbale aantijgingen worden meer getolereerd: een meerderheid van de werknemers (54%) vindt dat schreeuwen door de beugel kan en circa een derde (31%) vindt treiteren en pesten toelaatbaar. Een kwart van de werknemers vindt seksueel getinte opmerkingen en schelden toelaatbaar.
Slachtoffers van ongewenst gedrag maken lang niet altijd melding van incidenten: 56% van de slachtoffers van fysiek geweld en 41% van de slachtoffers van verbaal geweld zegt daadwerkelijk melding te hebben gemaakt bij een leidinggevende van het meest recente ervaren incident. Ten opzichte van 2007 wordt er in 2008 wel een significante toename geconstateerd van het aantal meldingen in de praktijk: het aantal slachtoffers dat melding maakte van verbaal geweld steeg met 12% tot 41% en het aantal slachtoffers dat melding maakte van fysiek geweld steeg met 7% tot 56%.
Voornaamste redenen om geen aangifte te doen, zijn:
- Niet erg genoeg, 72%
- Niet aan gedacht, 10 %
- Kost teveel tijd, 6%
- Politie kan er niets mee, 6%
- Politie doet er niets mee, 5%
Maatregelen getroffen door werkgever
Percentage respondenten in het VO dat op de hoogte is van de volgende maatregelen:
- Gedragsregels voor personeel: 78% (in 2007 74%)
- Afspraken / veiligheidsprotocol: 43% (in 2007 57%)
- Organisatie biedt nazorg: 46% (in 2007 48%)
- Gedragsregels voor externen: 67% (in 2007 70%)
- Er zijn organisatorische maatregelen getroffen: 41% (in 2007 53%)
- Er is een registratiesysteem: 48% (in 2007 58%)
- Er zijn trainingen voor omgang ongewenst gedrag: 38% (in 2007 38%)
- Er zijn bouwkundige, elektronische, technische maatregelen getroffen: 26% (in 2007 27%)
- Alle incidenten worden geregistreerd: 32 (in 2007 32%)
Opmerkelijk laag zijn de scores wat betreft de daadwerkelijke registratie van incidenten maar in het VO is een stijging te zien van meer dan 10% met betrekking tot de aanwezigheid van een registratiesysteem. Verder is er in het voorgezet onderwijs een toename van het aantal respondenten dat op de hoogte zegt te zijn van organisatorische maatregelen.
Het resultaat van twee jaar beleid
Het uitdragen dat ongewenst gedrag niet getolereerd wordt, is de maatregel uit het programma VPT die het meest consequent wordt nageleefd, ook in het VO. Een duidelijk knelpunt bij de naleving van de overige VPT-maatregelen ligt bij de geringe, zij het over het algemeen wel stijgende, meldingsbereidheid van werknemers. Wanneer werknemers niet melden, kunnen werkgevers immers niet adequaat reageren. Hoewel het nut en de noodzaak van melden zowel bij het management als op de werkvloer worden onderschreven, bestaan er drempels om tot melden over te gaan, zoals de angst dat incidenten als een blijk van slecht functioneren door de werknemer zelf worden aangezien, gêne en een gering vertrouwen in wat de organisatie zal doen met de melding.
Respondenten in het VO zien de volgende maatregelen als het meest effectief:
- Heldere en zichtbare huisregels voor externen
- Lik op stuk reactie naar daders door de organisatie
- Training van medewerkers in omgang met incidenten
Conclusie
Van de werknemers met een publieke taak, is het aantal incidenten van ongewenst gedrag in het voortgezet onderwijs, in 2008 gemiddeld genomen wat hoger dan bij de andere sectoren. Als we het aantal incidenten in het VO in 2008 vergelijken met 2007, zien we dat dit vrijwel gelijk blijft. Wel zien we een duidelijke stijging (van 10%) van de aanwezigheid van een registratiesysteem in het VO. Dit duidt op een grotere bereidheid in het VO om het aantal en de aard van de incidenten bij te houden zodat ook effectief beleid gemaakt kan worden. Preventieve maatregelen zoals duidelijke regels en training van medewerkers alsmede curatieve maatregelen zoals daderaanpak, schade verhalen, eventuele aangifte én nazorg kunnen op basis daarvan worden geoptimaliseerd.
Het arboservicecentrum voor het voortgezet onderwijs