FAQ optreden tegen geweldsincidenten
Tips & aanbevelingen inzake optreden tegen geweldsincidenten in de school
In een gemeenschap als een school is het belangrijk dat alle leden van de gemeenschap goed met elkaar samen kunnen leven. Net als in onze maatschappij lukt dit ook binnen een school alleen als we regels met elkaar afspreken. Deze regels worden naar alle betrokken partijen (leerlingen, ouders, medewerkers school) gecommuniceerd via het schoolreglement, dat voor iedereen binnen de gemeenschap van de school bindend is. In het schoolreglement wordt het doel van elke regel uitgelegd. Als een regel niet wordt nageleefd horen er sancties mogelijk te zijn. Ook deze sancties worden vastgelegd in het schoolreglement. Nota bene: het schoolreglement of huisregels zijn in ieder geval ook onderdeel van het schoolveiligheidsbeleid.
Voor elke school geldt daarom het advies het huidige schoolreglement goed te bestuderen en aan te vullen. Omschrijf regels met betrekking tot geweldsincidenten zoveel mogelijk en leg die vast in het schoolreglement.
Hieronder volgt een aantal situaties waarmee scholen geconfronteerd kunnen worden, met daarbij de wettelijke grondslag voor de betreffende regels en sancties.
1. Mag je in de tas van een leerling kijken, ook als hij dat niet goed vindt?
Mag dat wel als het in het schoolreglement zou staan? Hoe moet het er dan in staan? Handtekening nodig van de leerling of/en van zijn ouders?
Veiligheidsmaatregels altijd vastleggen in schoolreglement
Een tas van een leerling mag nooit zomaar doorzocht worden. Als de school een veiligheidsmaatregel zoals het doorzoeken van tassen wil toepassen, dan hoort dit vastgelegd te worden in het schoolreglement en het leerlingenstatuut. In het schoolreglement wordt aangegeven wanneer de school tot het doorzoeken van tassen zal overgaan, zodat hierover duidelijkheid bestaat.
Of de school vervolgens over mag gaan tot het doorzoeken van tassen is afhankelijk van de concrete situatie. Er moet altijd een afweging worden gemaakt in het belang van de privacy van de leerling en het belang dat de school heeft bij de inzage. Het doorzoeken van tassen is eerder toelaatbaar bij een concrete aanleiding (een gepleegde overtreding) en een zwaarwegend belang (veiligheid van de school bijvoorbeeld).
Als de leerling weigert medewerking te verlenen, moet aan de leerling duidelijk gemaakt worden dat bijvoorbeeld zijn aanwezigheid op school niet langer op prijs wordt gesteld en dat hij wordt verzocht om de school te verlaten..Als de leerling hieraan geen gevolg geeft, zal de politie worden ingeschakeld. In aanwezigheid van de politie kan vervolgens opnieuw worden gevorderd dat de leerling de school moet verlaten. Als de leerling hieraan vervolgens geen gevolg geeft, zal de politie hem aanhouden voor lokaalvredebreuk (artikel 139 Wetboek van Strafrecht). Zie ook vraag 6.
Als er sprake is van ontdekking van een strafbaar feit op heterdaad (het strafbare feit wordt ontdekt terwijl het wordt begaan of terstond nadat het is begaan) dan is een ieder bevoegd de verdachte aan te houden (artikel 53 Wetboek van Strafvordering) en de voorwerpen die deze verdachte met zich voert in beslag te nemen (artikel 95 Wetboek van Strafvordering). Dat wil zeggen de voorwerpen die de verdachte direct onder zijn bereik heeft.
De wijze waarop dergelijke bevoegdheden in het schoolreglement worden opgenomen zou bijvoorbeeld kunnen zijn: “Het is de directie/teamleiders/leraren in het kader van het veiligheidsbeleid toegestaan leerlingen preventief te fouilleren en lockers te doorzoeken.” Hiervoor moeten duidelijk kaders worden aangegeven, bijvoorbeeld dat hier terughoudend mee zal worden omgegaan in verband met het privacybelang van de leerling. Tevens moet duidelijk benoemd worden wie deze bevoegdheid heeft. Als de leerling weigert medewerking te verlenen en agressief of gewelddadig wordt, is het raadzaam om niet over te gaan tot fouillering. In dat geval zal de directie/teamleider beslissen wat er vervolgens dient te gebeuren (bijv. vorderen school te verlaten en/of hulp politie inroepen).
Het is aan te bevelen ouders en leerlingen actief te informeren over het beleid van de school en de regels die op school gelden. Dit kan bijvoorbeeld door het toesturen van de schoolgids met schoolreglement en leerlingenstatuut, voorzien van een begeleidend schrijven. Op deze wijze mag en kan de school ervan uitgaan dat ouders en leerlingen op de hoogte zijn van de op school geldende regels. Bij inschrijving van de leerling kan het reglement persoonlijk overhandigd worden, waarna de leerling tekent voor ontvangst.
2. Mag je een leerling fouilleren?
Mag dat wel als het in het schoolreglement zou staan? Hoe moet het er dan in staan? Handtekening van de leerling of/en van zijn ouders?
Wanneer dit is opgenomen in het schoolreglement mag een leerling gefouilleerd worden. Het is belangrijk aan te geven wie deze bevoegdheid heeft. Het is aan te bevelen om bij ingrijpende maatregelen als fouilleren steeds samen met een collega – andere leraar, directielid, conciërge en dergelijke – op te treden. Dit om sterker te staan bij eventuele latere klachten over geweld of seksuele intimidatie. Trek als leraren bij de keuze om al of niet te fouilleren altijd één lijn: als de ene leraar wel handhaaft en de andere niet, is een school niet consequent in de navolging van het schoolreglement. Zie verder vraag 1.
3. Is slaan, knijpen etc. verboden?
Geen enkele vorm van geweld is toegestaan, tenzij er sprake is van noodweer/ noodweerexces (artikel 41 Wetboek van Strafrecht). Dat geldt ook binnen een school. Een leraar zal een pedagogisch verantwoorde aanpak moeten kiezen. In bepaalde gevallen is ‘gepast geweld’ toegestaan, bijvoorbeeld uit zelfverdediging of wanneer twee vechtende leerlingen uit elkaar getrokken moeten worden.
Het is verstandig hierover een paragraaf in het schoolreglement op te nemen, bijvoorbeeld dat men elkaar op school niet ongevraagd aanraakt, maar zich gedraagt volgens de gangbare normen. Deze ‘gangbare normen’ worden in de schoolgids verder uitgewerkt.
4. Mag je slaan als een leerling jou slaat?
Geweld met geweld beantwoorden is geen goede reactie, tenzij er sprake is van noodweer/ noodweerexces. Schorsing of het doen van aangifte zijn betere alternatieven. De mond van de leraar is nog altijd het beste wapen! Trainingen op het gebied van agressie en geweld zijn een goed instrument om te leren op welke wijze agressief en gewelddadig gedrag zoveel mogelijk kan worden voorkomen dan wel in goede banen kan worden geleid. Kijk hiervoor in de Inkoopwijzer trainingen omgaan met agressie op de website van Arbo-VO: Inkoopwijzer Trainingen Agressie en Geweld.
5. Mag je ouders (familie) met dwang tegenhouden als die, tegen jouw wil, het schoolgebouw willen betreden?
Het ligt eraan waaruit die dwang bestaat. Zolang het geen geweld is, kan dit. Duwen in de richting van de uitgang of het dichthouden van de deur zijn daar voorbeelden van. Loopt het niet uit de hand, dan levert het achteraf geen discussie op. Gaat het over in geweld van welke kant dan ook, dan zal er altijd een toetsing achteraf zijn.
In de norm Veiligheid derden in de Arbocatalogus-VO is opgenomen dat bezoekers zich bij binnenkomst moeten melden bij de conciërge of receptie. Zo is altijd bekend wie er in het schoolgebouw aanwezig is. Dit mede in verband met een eventuele noodzaak van ontruiming.
6. Hoe verzoek je iemand formeel het pand te verlaten?
Door dit duidelijk uit te spreken en desnoods te zeggen dat je het niet opvolgen ervan beschouwt als lokaalvredebreuk* en dus aangifte zult doen. Het laatste is echter geen conditio sine qua non (oftewel ‘voorwaarde zonder welke het gevolg niet zou ingetreden zijn’). Het verdient aanbeveling om eerst de procedure aan de leerling, ouder of bezoeker uit te leggen alvorens de sanctie ten uitvoer te leggen. Bijvoorbeeld: “U kunt nu meewerken of ik vorder dat u de school onmiddellijk moet verlaten. Dit houdt in dat als u niet direct de school verlaat, u zich schuldig maakt aan lokaalvredebreuk (artikel 139 Wetboek van Strafrecht) en dat is strafbaar gesteld in het wetboek van strafrecht. Als u dit niet vrijwillig opvolgt, haal ik de politie erbij”. Vervolgens duidelijk hoorbaar vorderen dat de betrokkene niet langer gewenst is en het pand moet verlaten. Voorbeeld: “U bent niet langer gewenst. Ik vorder nu dat u de school verlaat”. Herhaal dit nog een keer. De politie zal u vragen om in zijn bijzijn nogmaals te vorderen dat de betrokkene de school moet verlaten. Als hij dit niet opvolgt, is er sprake van lokaalvredebreuk en zal de politie tot aanhouding overgaan. Het begrip lokaalvredebreuk kan ter verduidelijking opgenomen worden in het Schoolreglement.
7. Wat is er geregeld rond ‘aanraken’?
Scholen zijn verplicht leerlingen en personeel te beschermen tegen seksuele intimidatie, agressie, geweld en pesten volgens de eisen gesteld in de Arbowet (Zie ook de normen in de Arbocatalogus rond het thema Agressie en onveiligheid. In het Veiligheidsbeleidsplan en in het schoolreglement kan de school duidelijk omschrijven wat zij onder incidenten in dit opzicht verstaat. Het is verstandig zeer terughoudend te zijn met aanraken. Zeker zonder een duidelijke goede aanleiding, aangezien dit mogelijk een klacht kan opleveren op grond van seksuele intimidatie of mishandeling. Het ongewenst aanraken van iemand kan tot gevolg hebben dat er sprake is van een strafbare handeling. Artikel 11 van de Grondwet vormt de basis van de bescherming van iemands lichaam. In principe is dit onaantastbaar. De omstandigheden waaronder dit heeft plaatsgevonden zullen bepalend zijn. Informeer in voorkomende gevallen altijd het ouderlijk gezag van deze gebeurtenis en leg de omstandigheden uit. Doe dit eerder dan de leerling. Dit helpt mogelijk in de afhandeling en de mate van acceptatie.
8. Mag je een leerling dwingen in het schoolgebouw te blijven tot de politie komt? Mag je hem vasthouden (of vastbinden) als hij dreigt weg te lopen?
Zonder vastlegging van dit recht in een schoolreglement is dit niet toegestaan, tenzij er een strafrechtelijke grondslag voor is. In geval van een strafbaar feit is op grond van artikel 53 van het Wetboek van Strafvordering bij ontdekking op heterdaad iedereen bevoegd een verdachte aan te houden. De aangehoudene moet wel ‘onverwijld’ aan de politie worden overgedragen. Om te voorkomen dat de verdachte de benen neemt, mag de aanhouder dwang uitoefenen, bijvoorbeeld door hem tegen de grond te houden. Het gebruikte geweld mag niet verder gaan dan nodig is om te bereiken dat de verdachte er niet vandoor gaat. Dit kan ook - indien nodig – worden bewerkstelligd door de verdachte in te sluiten of vast te binden. Zodra de verdachte zich heeft overgegeven of weerloos is, is het doel bereikt en is er geen geweld meer nodig. Het toegepaste moet wel in verhouding zijn met het strafbare feit dat is gepleegd. Dit zal achteraf worden getoetst.
9. Mag een school cameraopnames maken van leerlingen?
Mag een school cameraopnames van leerlingen aan medeleerlingen laten zien?
Is de school verplicht die, op verzoek, aan de politie te geven?
Mag een school cameraopnames van leerlingen aan de pers afgeven?
In artikel 10 van de Grondwet staat: “Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer.” De school mag daarom niet zomaar camera’s in en rond de school plaatsen. Uit artikel 8 sub f van de Wet bescherming persoonsgegevens kan worden afgeleid dat camera’s alleen in en rond een school geplaatst mogen worden als dat noodzakelijk is voor het belang van de school. Zo’n belang kan bijvoorbeeld het veiligheidsbelang zijn. Maar aan de andere kant hebben leerlingen en personeel recht op privacy. Soms weegt het veiligheidsbelang zwaarder dan de privacyrechten van de leerlingen en het personeel. Dit wordt opgenomen in het veiligheidsplan van de school, dat gecommuniceerd dient te worden via de schoolgids. In het belang van de veiligheid kan het ophangen van camera’s noodzakelijk zijn. De school is dan bevoegd de camera’s op te hangen. De school is wel verplicht iedereen op de hoogte te stellen van deze maatregel, door bijvoorbeeld bij de ingang een bord op te hangen waarop staat dat er cameratoezicht is.
Het laten zien van opnames aan medeleerlingen is zeer afhankelijk van het doel dat men daarmee voor ogen heeft. Hierbij dient een afweging gemaakt te worden tussen het veiligheidsbelang van de school en het recht op privacy van de leerlingen. Geadviseerd wordt het ouderlijk gezag hierin te betrekken.
Of een school verplicht is op verzoek een cameraopname aan de politie te geven, is afhankelijk van de beelden en de zaak in kwestie. Het is aan te bevelen medewerking te verlenen aan een opsporingsonderzoek en de beelden ter beschikking te stellen aan de politie. Als de school weigert medewerking te verlenen dan zal de politie, vanuit het oogpunt van waarheidsbevinding, op last van de Officier van Justitie kunnen vragen om de beelden in beslag te nemen. Als je beelden ter beschikking stelt aan de politie, vraag dan altijd een bewijs van ontvangst. Hieruit blijkt dat de politie de beelden in haar bezit heeft. Als de school camerabeelden opzettelijk vernietigt wetende dat deze voor het politieonderzoek van belang kunnen zijn, dan kan het vernietigen van deze beelden onder bepaalde omstandigheden een strafbaar feit opleveren (wegmaken van bewijsstukken, artikel 361 Wetboek van Strafrecht).
De stap om de opnames af te geven aan de pers gaat veel verder. Vanwege bescherming van de privacy mag dit nooit, tenzij de betrokkenen toestemming hebben verleend.
10. Mag een school de leerling verbieden te bellen?
Ja, het is goed verdedigbaar dat het bellen door leerlingen de kwaliteit van het onderwijs verstoort en dat het belang van de school zwaarder weegt dan dat van de leerling. Leg vast in het schoolreglement waar en wanneer er wel en niet gebeld mag worden.
* Een school valt onder de delictsomschrijving van lokaalvredebreuk (artikel 139 Wetboek van Strafrecht) in plaats van huisvredebreuk (artikel 138 Wetboek van Strafrecht).
Het arboservicecentrum voor het voortgezet onderwijs