X
Het arboservicecentrum voor het voortgezet onderwijs
Arbo-VO image

Ziekteverzuimpercentage en schoolkenmerken

In onderstaande tabel wordt het ziekteverzuimpercentage (ZVP), de ziekmeldingsfrequentie (ZMF) en de gemiddelde ziekteverzuimduur (GZVD) verder uitgesplitst; eerst naar schoolgrootte, daarna naar denominatie, verstedelijkingsgraad, regio en percentage achterstandsleerlingen. De cijfers geven het totaal van het ziekteverzuim inclusief het tweede ziektejaar.

Conclusies

Schoolgrootte
Scholen met een omvang van 100 tot 200 medewerkers hebben ook in 2010 zowel voor OP als OOP het laagste verzuimpercentage. Gezien de consistentie van dit beeld door de jaren heen, lijkt er voor ziekteverzuim zoiets als een optimale schoolomvang te bestaan. Als dat het geval zou zijn, dan lijkt de ‘voor ziekteverzuim optimale schoolomvang’ vooral voor het OP van invloed op de gemiddelde ziekteverzuimduur. Wellicht is er een samenhang met de ruimere re-integratiemogelijkheden van grotere scholen.

Denominatie
De rangorde in ziekteverzuimpercentage tussen de verschillende denominaties is in 2010 gelijk aan die van de voorgaande jaren. Ook in 2010 zijn de verschillen in het ziekteverzuim tussen de denominaties kleiner. Dat geldt voor zowel het OP als het OOP. Overigens is dit bij een lager overall ziekteverzuimpercentage ook de verwachting.

Verstedelijkingsgraad en regio
Verstedelijkingsgraad en regio hangen in Nederland sterk met elkaar samen. De verzuimcijfers illustreren dat. Voor de schoolkenmerken verstedelijkingsgraad en regio geldt een trend die vergelijkbaar is met denominatie; deze kenmerken verliezen voor het OP langzamerhand hun differentiërend vermogen voor wat betreft ziekteverzuim in zowel het ziekteverzuimvolume als de aard van het ziekteverzuim. Leek er in 2008 nog sprake van een positieve lineaire correlatie tussen de mate van verstedelijking en de omvang van het ziekteverzuim, in de cijfers van 2010 blijkt daar voor het OP niets van. Opmerkelijk is dat de samenhang tussen verstedelijking en verzuim voor het OOP nog steeds opgeld doet. Kortom, geconcludeerd mag worden dat verschillen in verzuimkengetallen in een hogere mate samenhangen met functie dan met kenmerken als verstedelijkingsgraad, regio of denominatie.

Verandering achterstandgroepen
Ook voor 2010 geldt dat het ziekteverzuimpercentage stijgt met de proportie leerlingen van allochtone afkomst; dit geldt voor zowel het OP als ook voor het OOP. Het toenemend verzuimpercentage in relatie tot de proportie allochtone leerlingen wordt in hoofdzaak bepaald door een hogere ziekmeldingfrequentie, de gemiddelde ziekteverzuimduur is voor alle categorieën scholen ongeveer gelijk.

Lees meer over het thema:

Verzuimcijfers 2010