Werken aan werkvermogen zet aan tot ontwikkeling
Afgelopen jaar hebben de eerste scholen in het voortgezet onderwijs ervaring opgedaan met het projectWerken aan werkvermogen van Arbo-VO. De korte vragenlijst geeft werknemers inzicht in hun gezondheid en hoe die hun werkkracht en werkplezier beïnvloedt. Wie in de gevarenzone zit, krijgt een adviesgesprek aangeboden. Bij docent Paul van Dooren bracht dat gesprek nieuwe ontwikkelingen op gang. "Ik wil weer meer voldoening hebben in mijn werk."
‘Dat werknemers zelf hun werkbelasting beter in de gaten houden, past in dit tijdsgewricht, met een terugtredende overheid en een verschuiving van het collectief naar het individu’, zegt Jan Pronk, hoofd personeel en organisatie op het Minkema College in Woerden. "Natuurlijk is de taak van de werkgever om te informeren en maatregelen te nemen. Ook kun je docenten beter toerusten voor het omgaan met bepaalde stressfactoren, zoals moeilijke leerlingen. Maar verzuimbeleid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid geworden."
Gezond
Het Minkema College is een van de scholen die heeft meegedaan aan de pilot ‘Werken aan werkvermogen’ die Arbo-VO en Loyalis hebben opgezet om het project Werken aan werkvermogen in het Nederlandse onderwijs te introduceren. De individuele uitslag van de vragenlijst die werknemers invullen is uitsluitend voor henzelf bestemd, de werkgever krijgt alleen inzage in de totaalscore.
Op het Minkema College vulde zestig procent van het personeel de vragenlijst in. 77 procent van de Minkemamedewerkers kreeg als uitkomst code groen, 12 procent code oranje en 11 procent code rood. De verdeling over de kleurcodes kwam overeen met het gemiddelde in het pilotproject. "Op basis van het onderzoek kunnen we zeggen dat het overgrote deel van onze medewerkers gezond is en het werk goed aankan. Die kennis is winst", zegt Pronk. "Een op de vijf heeft problemen met werkdruk en werkbeleving. Dat relativeert de discussie over werkdruk en geeft aanknopingspunten om gerichte maatregelen te nemen in plaats van algemene."
Schouderklopjes
"Veel mensen weten niet dat een burn-out een opbouwfase heeft van gemiddeld zeven jaar. Iemand kan steeds minder hebben en knapt uiteindelijk af voor heel lange tijd", zegt ‘werkbelevingscoach’ Marisa Lebbink. Zij voerde in de regio Utrecht adviesgesprekken met werknemers die naar aanleiding van het onderzoek zich hebben aangemeld voor een adviesgesprek over hun werkbeleving en werkvermogen. "Psychosomatische klachten als rugpijn en pijnlijke schouders of migraine hebben vaak een stresscomponent, maar dat horen mensen liever niet. Ik probeer hen bewust te maken van de signalen. Het kan zinnig zijn vroegtijdig coaching te vragen of te bespreken of een andere taakverdeling mogelijk is."
Mensen in het onderwijs zijn huiverig om over hun eigen functioneren te praten en leidinggevenden hebben daar hun aandeel in, merkt Lebbink."Zelfreflectie en bespiegeling zijn nog groeiende in onderwijsland. Het zou mooi zijn als daarin wat meer openheid kwam. Elkaar coachen zou normaal moeten zijn, maar zo ver is het nog niet. Als je toegeeft dat iets te veel is, stel je je kwetsbaar op. Misschien willen leraren het te goed doen en ze hebben natuurlijk ook een voorbeeldfunctie voor anderen." Aan de andere kant hoort Lebbink van docenten dat ze de schouderklopjes van leidinggevenden missen. "Ze voelen vaak dat ze alleen worden aangestuurd op wat ze niet goed doen. Tegelijkertijd is er een cultuur van 'wij met elkaar'. Die maakt het moeilijk medewerkers aan te spreken op gedrag en om verantwoording te vragen"
Eigen ontwikkeling
Tot de mensen die ingingen op de uitnodiging voor een gesprek behoort Paul van Dooren, leraar Nederlands op Scholengemeenschap St. Ursula in Horn. "De angst om uit te vallen had ik niet", zegt hij, "Op mijn kracht kan ik het nog wel uitzingen tot ik over 3,5 jaar met de vut ga, maar het moet anders kunnen, beter. Daarom heb ik de vragenlijst ingevuld en ben ik ook op gesprek gegaan. Het is een kans om dingen uit te zoeken over mijzelf. Ik wil weer meer voldoening hebben in mijn werk." Lesgeven kostte Van Dooren (59 jaar) wel steeds meer energie en door bijvoorbeeld de invoering van de tweede fase ging het hem nog zwaarder vallen. "In mijn vak moest de literatuur het ontgelden en dat is juist mijn liefde." Ook begon het Van Dooren op te breken dat hij altijd 'reproductief' bezig was. Veel lessen draaien. Bergen nakijkwerk. "Al is het geweldig leerlingen te helpen, dat heeft mijn eigen ontwikkeling als Neerlandicus tegengehouden" Ten slotte kwam daar nog een probleem met zijn oren bij, waardoor hij constant last heeft van een fluittoon. ‘Heel vermoeiend.'
In het gesprek kreeg Van Dooren het advies wat meer voor zichzelf op te komen. "Dat is nieuw voor mij. Knokken kan ik wel, als voorzitter van de MR kwam ik altijd voor iedereen op. Nu heb ik een eigen kast geregeld. Dat klinkt onnozel, maar door mijn bapo had ik geen eigen lokaal meer en geen goede plek voor mijn spullen. Ik begrijp wel waarom, maar het gesjouw van lokaal naar lokaal kostte me veel energie."
Duidelijkheid
Van Dooren heeft net de twee eerste dagen van een training herbezinning achter de rug, die hem ook is aangeboden. Van tevoren bekeek hij met scepsis de deelnemerslijst. "Geen onderwijsmensen en met enige afstand was ik de oudste, maar daar was ik snel doorheen. Wat je wilt veranderen, moet je veranderen bij jezelf. Allerlei mensen kunnen je daar bij helpen." De schets die Lebbink geeft van de onderwijscultuur herkent hij wel. "Je praat op school niet over wat persoonlijk is, wat van binnen zit", bevestigt hij, "bevriende collega’s, waarvan één al tweemaal een paar maanden ziek thuis is geweest, heb ik getipt over de training. Juist zij kunnen die gebruiken, maar ze houden het af. Ook hun leidinggevende spreekt hen er niet op aan. In het onderwijs zoeken we altijd naar het positieve, naar kwaliteiten van leerlingen, naar hoe ze zich verder kunnen ontwikkelen en hoe ze goede resultaten kunnen halen. Dat tekent de hele sfeer in het onderwijs en dat is fijn. Desondanks is het ook goed duidelijk te zijn, tegen leerlingen en zeker ook tegen docenten. Dat mag best zijn: 'Joh, je loopt de kantjes ervan af'. In functioneringsgesprekken zou je moeten worden aangesproken op je zwakke plekken." Van Dooren merkt daar weinig van. Hij begrijpt dat het voor leidinggevenden lastig is, maar vindt wel dat het meer zou moeten gebeuren.
Van Dooren is positief over het project Werken aan werkvermogen en wat zijn werkgever hem daarmee heeft geboden. "Het heeft een ontwikkeling op gang gebracht. Je kijkt naar jezelf en daarmee gaat het beginnen." Ook met zijn gehoorprobleem gaat hij nu anders om. "Binnenkort krijg ik weer een eigen, aangepast lokaal en bij de MR-vergaderingen, waar twintig mensen erg verspreid zaten, heb ik een andere opstelling gemaakt zodat we dichter bij elkaar zitten. Ik zei nooit dat ik moeite had iedereen te verstaan. Nu kom ik voor mijn tekort uit. Dat is wennen, maar je knapt er wel van op."
Het arboservicecentrum voor het voortgezet onderwijs